Sint Maarten en Burn out

11 november is het Sint Maarten. Bij mij, in Twente, is dit niet zo’n levende traditie maar toen ik in het Noorden van het land woonde leerde ik hier onontkoombaar kennis mee maken. Zingende kinderen voor de deur waarbij ik de eerste keer vroeg  om het liedje nog een keer te zingen want ik had er niets van verstaan. Ze zongen zo snel als mogelijk om weer met een volle hand snoep naar de buren verder te kunnen gaan. En dat de hele avond door. Vele jaren later was ik een keer bij een lezing over deze Sint Maarten van mijn leraar van het ITIP, Bas Klinkhamer. Hij zette Sint Maarten in een lijn van drie: Sint Maarten, Sinterklaas en Jezus. Bij alle drie heiligen staat ‘geven’ centraal: een stuk van de mantel, snoep en cadeautjes en Jezus gaf zelfs zijn hele leven. Een intrigerend rijtje, vond ik. Ik ga in op Sint Maarten en laat de andere twee even voor wat zijn.

Sint Maarten.png

Jan Polack: H. Martinus en de bedelaar (circa 1500)

 

Het beeld

Naast het snoep voor de kinderen is Sint Maarten het bekendst vanuit het beeld waarin hij aankomt bij de poort van het kasteel. Hij ziet daar een bedelaar en voelt een mededogen opkomen voor deze persoon. Vanuit dit mededogen pakt hij zijn zwaard, snijd de helft van zijn mantel af en geeft deze aan de bedelaar.  Hiermee kan de bedelaar zich bedekken tegen de koude. Een mooi gebaar van compassie. Maar ook vreemd dat hij niet de hele mantel gaf (hij was immers al bijna thuis). En om daarvoor nu ‘heilig’ te worden verklaard is ook wel heel wat. Er zijn immers wel grootsere daden verricht. Ik koppel me hier nu los van de historische en esoterische lezingen van het verhaal maar vertel graag iets over de associaties die het bij mij opriep toen ik het schilderij van Jan Polack zag.

Vermoeidheid en burn-out

In ons dagelijks leven geven we ook veel van onszelf. We geven aan onze geliefde, ons werk, onze vrienden, etc. Nu is het interessant om eens stil te staan bij de intentie waarmee je geeft……. Is deze, net als bij Sint maarten, ingegeven door compassie, eigenlijk ‘om niets’? Of spelen er andere factoren een rol? Veel mensen die ik tegenkom in mijn coachingspraktijk hebben te maken met vermoeidheid, een (aanstaande) burn-out zelfs. Ze hebben teveel gegeven en zijn daarbij zichzelf vergeten. Dat kan zijn omdat er iets (voor hen) belangrijks op het spel stond, ze bang waren niet goed te zijn of gewaardeerd te willen worden. Dit kan zich uiten in een sterk over de eigen grenzen gaan of perfectionisme, meestal gespeend van enige grond van zelfliefde of verbinding met de eigen ‘grond’. Ze geven alles….., hun hele leven, als ze niet oppassen. Maar dat lukt natuurlijk op den duur niet (ze zijn Jezus immers niet).

Balans: Ik en jij

 Ik denk dat geven, betekenis hebben, echt mooi is en zelfs wezenlijk belangrijk in het leven. Maar het is daarbij belangrijk om jezelf niet te verliezen en om op een bepaalde manier ook écht te geven. Niet om waardering, om je goed te voelen of omdat je het idee hebt geen andere keuze te hebben. Dat is waar Sint Maarten bijvoorbeeld verschilt van ons. Hij geeft (maar) een stuk van zijn mantel en houdt een belangrijk deel ook voor zich zelf. Waarom geeft hij niet alles….? Veel van de mensen die ik boven heb beschreven hebben teveel van zich zelf weggegeven. Sint Maarten kan je herinneren aan dat je in dat geven ook ergens een zorg voor jezelf blijft houden. Dat is het pure mens-zijn van deze ridder. Daarom houdt hij een deel van zijn mantel omdat hij zichzelf anders ook op een bepaalde manier geweld aan zou doen. Ik vind dat wijs. Ik geloof eerlijk gezegd niet in het soort ‘heiligheid’ waarbij je alles weggeeft om de ander voorop te stellen (dat kan wel maar dan moet je toch al een heel eind op het spirituele pad zijn, volgens mij). Vaak help ik mensen dan ook over leren ‘ik’ zeggen, de eigen ruimte in leren nemen en vanuit verbinding met jezelf een relatie aan kunnen gaan met anderen. Daarbij hoort natuurlijk eigen ruimte en grenzen leren ontdekken.

Mijn oproep voor deze dag van Sint Maarten is niet zozeer om snoep te vragen maar eens stil te staan bij waar je te weinig of teveel geeft en waar het ook juist wel in balans is. En met welke intenties geef je? En als je mild en verbonden kunt zijn naar jezelf is dat mooi ‘snoep’ dat je jezelf dan geeft. Want als je in verbinding bent met jezelf, je eigen aard en grond geef je niet snel teveel van je eigen mantel weg.

 

 

 

Advertenties

Een pleidooi voor meer nutteloosheid!

In mijn laatste nieuwsbrief heb ik wat geschreven over het ‘vertragen van de tijd’. Het is een fenomeen dat een opmerkelijke paradox in zich heeft. Door te vertragen krijg je meer tijd. Iets wat we maar nauwelijks kunnen bevatten, helemaal niet als we volop in het werk en andere ‘nuttige’ activiteiten zitten.

Vorige week begeleidde ik een team dat een dag stilstond bij hoe ze samenwerken. Lees verder

UTOPIA

Stel je eens een wereld voor die beheerst wordt door technologie en rationalisme. De mensen zijn gezond en gelukkig, oorlog en armoede zijn er niet. Deze wereld leerde ik kennen toen ik het boek “Brave new world” van Aldous Huxley las. Een klassieker uit 1932(!). Het gaat over Utopia en is eigenlijk altijd actueel gebleven. Het boek beschrijft een dergelijke toekomstige wereld. Maar waar ook traditionele waarden als liefde, trouw, gezinsleven, kunst en godsdienst niet langer bestaan, evenmin als de vrije keuze voor een individueel bestaan.

Het boek heeft me enorm gefascineerd. Het is goed geschreven en neemt je mee in deze ‘ideale wereld’ . Het deed me vaak aan de ‘echte’ wereld denken. En ik herkende Lees verder

Eenvoud, een kind kan het doen

Tot 1 maart was er in Gemeentemuseum Den Haag een expositie van Mark Rohtko (een prachtige collectie!). Ik ben er geweest en heb er ontzettend van genoten! Naast ook het prachtige werk van Piet Mondriaan en andere kunstenaars uit die tijd.

De kleuren die zo’n uitwerking op mij hadden. Ik heb geen kunstachtergrond dus kan alleen maar uit persoonlijke ervaring spreken. Fascinerend hoe mijn aandacht gegrepen werd door een paar kleurvlakken, de intensiteit is heel bijzonder.

Rothko Subway                              Tothko Saffron

Mark Rothko: Underground Fantasy [Subway], c. 1940,              Saffron, 1957

Maar wat mij ook opvalt, bij zowel Rothko als Mondriaan, is dat hun kunst zich steeds meer ontwikkelde naar abstractie, één of enkele kleurvlakken. Kunst waarbij een opmerking zoals ‘dat kunnen mijn kinderen ook’ vaak gehoord is. Terwijl beiden in het begin van hun carrière meer figuratief schilderden, dus concreet tastbaarder. En toch is het juist het schijnbaar eenvoudige latere werk waarmee beiden enorme lof oogsten en wat eigenlijk maakt dat beiden nu nog zo enorm in de belangstelling staan.

Mondriaan boom        Mondriaan Boogie

Piet Mondriaan: Evening (1908 – 1910)          Victory Boogie Woogie (1942 – 1944)

Wat een geweldig inspirerend idee dat kunst dus uit zo’n schijnbare eenvoud kan bestaan. Zo tegengesteld aan de intentie om een zo waarheidsgetrouwe weergave van de werkelijkheid te maken, je best te doen om het er zo mooi mogelijk uit te laten zien. Is het niet inspirerend om ook zo naar het leven zelf te kijken? Welke kracht kan er uitgaan als je zo vanuit de essentie kunt laten zien wie je bent? Dat heeft vaak (schijnbaar) weinig om handen en kan grote indruk maken. Het hoeft in niets te lijken op wat er al is. Je hoeft er eigenlijk niet iets gekunstelds mooi van te maken. Het geeft een essentie weer, de kern van een gevoel, een gedachte, een inspiratie. Wow! En je geeft het alleen maar. Het gaat er niet om dat het iets oplevert, waardering, (h)erkenning of beloning. En toch is dat wat bijblijft (in het geval van Mondriaan en Rothko aan de volgende generaties). En tegelijkertijd kun je alles wat jij doet doen vanuit deze essentie. Liefde noemen we dat volgens mij. Dat kan in het betuigen van medeleven, het geven van hulp, het aansteken van een kaars, het kussen van je geliefde en doen van je werk. En, als de analogie klopt, dan kan dit vanuit een eenvoud waarvan veel mensen denken ‘dat kan een kind doen’.

Nederland druppelt weer langzaam vol

kust met watervalDe vakantie is bijna voorbij.

Zelf ben ik al weer een paar weken terug van mijn reis naar Amerika en ben langzaamaan weer aan het opstarten met het werk. Dit loopt altijd parallel aan het weer ‘vollopen’ van Nederland. En wat mis ik de ruimte van dat grote land, Amerika. Het is bijzonder wat ruimte met je kan doen: Je voelt je vrij, je geest wordt op de een of ander manier opener en meer ontspannen en je hebt het gevoel meer ‘eigen plek’ te hebben en daarmee ook weer meer ruimte voor de ander. Natuurlijk zegt dit ook vooral iets over wat ik voor mijzelf belangrijk vind. Maar toch kun je in zo’n land iets van die vrijheid die er ‘in de lucht hangt’ voelen; de ‘vibes’, zeg maar.

Zou dan ook elke plek zijn eigen kwaliteiten hebben? Zeker! En tegelijkertijd kun je natuurlijk alleen die kwaliteiten ervaren die voor jezelf belangrijk en aanwezig zijn. Dus welke kwaliteit heb jij gevoeld tijdens je vakantie? En hoeveel ruimte krijgt die kwaliteit in je ‘normale’ dagelijkse leven? En hoe kun je nou zorgen dat je dat fijne ‘vakantiegevoel’ (want zo noemen we dat) een beetje kunt vasthouden zodat je niet met het opstarten van je werk zelf ook weer ‘volloopt’ met je routine? Buiten even wandelen tijdens de pauze, meer aandacht besteden aan het bereiden van je dagelijks eten, een moment in de dag creëren waarin je even niets hoeft te doen, gaan dansen, zingen, sporten, minder werken, gezellige dingen doen met je geliefden, ……..

Muziek in je werk

1423552_66569265 Ik was laatst met mijn zoon op een platenbeurs. We zijn beiden enorme muziekliefhebbers. Hij heeft een platenspeler en is een verzameling Lp’s aan het opbouwen. En ik kreeg op de beurs in toenemende mate spijt dat ik mijn collectie ooit van de hand gedaan had na de intrede van de cd. Het zoeken in de platenbakken, door de lp’s één voor één tussen duim en wijsvinger te laten gaan, brachten nostalgische gevoelens bij me naar boven. Ik begreep direct de verleiding die mijn zoon steeds heeft als hij unieke lp’s tegenkomt. Ik zag prachtige bootlegs van mijn muzikale helden en werd zelfs hebberig. Maar helaas, ik heb geen platenspeler meer.

Net als muziekstukken heeft elk mens ook iets unieks. Een minister zei laatst “Je moet kijken naar wat mensen uniek maakt en hoe je dat in werk tot uitdrukking kunt brengen.” Ik dacht direct -met hoofdletters- “JA”, dat is waar. En tegelijkertijd weet ik dat er heel veel mensen zijn die niet met een zodanig plezier naar hun werk gaan. Waarvan ik niet zie dat ze hun unieke kwaliteit uiten in hun werk. Stel dat je weet wat jou zo uniek maakt (een hele kunst, overigens), hoe zou jij dat dan uitdrukken in je werk? Ik ken een buschauffeur in Enschede die zijn unieke stijl van plezier uitdrukt in een rol als reisleider op een stadsbus. Hij verwelkomt iedereen en is vriendelijk. Mensen die met hem reisden kwamen allemaal vrolijk uit de bus. Ze ervaren aan den lijve het verschil tussen een reisleider die iets toevoegt en een standaard buschauffeur. Ik moest ook denken aan het verschil tussen een cd en een lp. Op die platenbeurs was in mijn beleving, natuurlijk overstemd door nostalgie, de muziek op een cd gereduceerd tot een aantal bits en bites en de vormgeving zo klein gemaakt dat ik de meeste tekst niet eens meer zonder bril kan lezen. Maar als je zo’n lp in je handen hebt, dan heb je het gevoel dat de hoes, de kleur van het label van de plaat en de groeven een verlengstuk zijn van dat wat de artiest uitdrukt in zijn muziek. En als je sommige in beperkte oplage uitgegeven bootlegs ziet, die werkelijk uniek zijn, dan wil je toch graag zo’n exemplaar hebben? Stel dat je in je werk ook een soort gesigneerde uitgave bent: niet standaard, het beste wat je te geven hebt dat klinkt als “jouw muziek”! Stel je eens voor wat voor jou muziek maken of spelen betekent als je dit betrekt op je werk. Doe je dat voldoende in je werk? En als je dat niet doet, waar zit dan voor jou de ruimte om jouw muziek te laten klinken? Niet als een standaard cd maar als een mooie lp, een momentopname van de uitdrukking van het beste wat jij te geven hebt. Een bootleg! Wat zou het een mooi concert worden als mensen in een team of organisatie dat meer gaan doen, lijkt mij. En wat ben ik blij dat ik in mijn werk als loopbaancoach veel mensen tegenkom die, alsof ze dan door een platenbak lopen met hun vingers, heel precies uit willen zoeken welke bezieling ze door zich heen kunnen laten komen in hun werk. Dat is een mooi uniek muziekstuk. En ik mag een stukje horen. Zo zit er heel veel mooie muziek in mijn werk!

 

Drie succesfactoren voor tien jaren zelfstandig ondernemerschap

Laatst werd ik wakker en realiseerde me dat ik dit jaar tien (10!) jaar als zelfstandig trainer/coach werk. Maar wat nog belangrijker is: ik merkte dat ik werkelijk nog geen één seconde spijt heb gehad dat ik deze stap ooit genomen heb. Natuurlijk heb ik, zoals iedere ondernemer, ups en downs gekend en natuurlijk heb ik daarbij ook wel eens met mijn handen in het haar gezeten. Maar spijt, of bang dat het “niet goed zou komen” of zo, nee dat werkelijk nog nooit.

3 succesfactoren

Als ik terugkijk dan denk ik dat er voor mij drie kritische succesfactoren van belang zijn geweest. Eerst was het belangrijk om me bewust te zijn van mijn eigen kwaliteiten en valkuilen. En dat ik de moed heb om deze ook écht te erkennen en in het volle licht te zetten. Toen ik dit deed was er direct een hele concrete vorm van inspiratie. Een inspiratie die licht gevend is voor mezelf maar ook voor de mensen om me heen. Hiermee zette ik dingen mee in beweging. Het was, ten tweede, belangrijk me te realiseren dat ik niet alleen bent maar dat er een heel netwerk om me heen is. Hierbij zijn natuurlijk de “afnemers” van mijn product en zakelijke relaties belangrijk. Maar even belangrijk zijn die mensen in mijn omgeving waarmee ik samenwerk, de mensen die geloven in mij, mijn familie en vrienden. Dat zijn echte hulpbronnen. Ten slotte is het van belang om een visie te hebben. Een visie waarin je gelooft. Zo geloof ik er zelf in dat iedereen geboren is met een uniek aantal eigenschappen, talenten. Door deze te ontwikkelen kun je een “bijdrage” leveren aan de “schepping van het leven”. Zowel voor jezelf maar ook voor de wereld om je heen. Dit laatste is wat mij betreft een heel concrete betekenis van het begrip zingeving. Deze visie gaf mij ook vertrouwen en ik kan er nog steeds op terugvallen.

Opbrengst

Deze 3 factoren hebben er voor mij toe bijgedragen dat er na 10 jaar een schitterend Bureau de Poort staat met een bewezen staat van dienst in “het begeleiden van mensen en organisaties’ waarbij het relevant is om naast het verstand (denken) ook het voelen en handelen (toepassing) te betrekken. Nog gelukkiger ben ik ermee dat er niet een speciale methodiek in het werk centraal staat. Maar ik werk juist vanuit het contact met mensen, met dat wat er is. En van daaruit kies ik de juist werkende aanpak.
Dankbaar voor al het goede dat de afgelopen tien jaren gebracht heeft, zie ik enorm uit naar de volgende tien jaren.

Image